Integriteit

04-09-2014 | Door Steven Dijk | 0 Reacties

Steven Dijk is lid van de commissie kwaliteitszorg van de NVRR en schrijft dit blog op persoonlijke titel

Enige tijd geleden alweer was er een discussiemiddag over rekenkamer en integriteit. Een echte conclusie kan ik mij er niet meer van herinneren, behalve dat het niet een onderzoeksthema voor rekenkamers is. Vanzelfsprekend was iedereen voor een integere aanpak van onderzoek en overig gedrag. Maar hoe je dat handen en voeten geeft bleef vaag.

De Commissari van de Koning van Noord-Holland Remkes stelde in december 2013 dat integriteitskwesties niet in een boekje zijn te vangen. Ik citeer: “Als je 's ochtends voor de spiegel staat en je denkt: 'Wat heb ik gisteren gedaan en kan ik dat voor een zaal van honderd mensen goed uitleggen?' dan is er niet zoveel aan de hand. Als je daar twijfels over hebt, dan moet je bij jezelf te rade gaan.”

Ik geloof niet in Remkes zijn stelling. Als je normen vervaagt zijn, schrik je ook niet meer van wat je in de spiegel ziet. Ik geloof alleen in absolute transparantie. In Noord-Holland in de tijd van Hooijmaijers is iedereen tekort geschoten in het bestuur. Ook de Commissaris van de Koningin en de overige gedeputeerden, die geen vragen stelden.

In december 2000 schreef ik in het blad Lokaal Bestuur een artikel over integriteit. Het was naar aanleiding van de val van Bram Peper. Er heerste de mening dat een burgemeester een redelijk ruim mandaat moest hebben, ook op financieel gebied. De Rotterdamse hoogleraar Van Schendelen zei daarover: “Dat mag best in de schemering gebeuren, zonder dat iemand dat ziet. Maar je moet achteraf alles wel kunnen uitleggen.”

Mijn standpunt ging en gaat verder. Ik schreef in 2000: “Ik vind dat je van te voren moet afspreken wat je wel en wat je niet doet. Het belang van de gemeente moet daarbij voorop staan en niemand moet iets tegen zijn principes hoeven doen, voor het overige ken ik nauwelijks grenzen. Zo goed als ik soms op kosten van de gemeente en soms op kosten van relaties prima heb gegeten, zo zou ik ook zonder bezwaar mee zijn gegaan naar Yab Yum, als dat in het belang van de gemeente gewenst zou zijn geweest. En niet alleen voor de champagne.” Dat was dus in 2000.

In 1986 werd ik wethouder financiën en grondbedrijf van de gemeente Diemen. Mijn voorganger probeerde een jaar daarvoor een belegger uit de provincie te interesseren voor een bouwproject in Diemen. De belegger had duidelijk potentie, want hij wilde na het overleg en na het bijbehorende diner graag naar Yab Vum. De wethouder vertrouwde mij later toe, Steven wat daar gebeurde, dat wil je niet weten.

Ik wilde het wel graag weten, ten eerste ben ik nogal nieuwsgierig op dat gebied en ten tweede vond ik het nodig voor mijn controlerende taak als gemeenteraadslid. Enige tijd later hoorde ik van zijn echtgenote, nou als hij zich in Yab Yum net zo heeft gedragen, als hij dat thuis doet, dan is er niets gebeurd.

Nu ik het toch over dit onderwerp heb, wil ik nog twee gevallen wethouders memoreren. De eerste is de wethouder van Leefbaar … uit 2002. Onder de naam 'Pierced Pussy' werd er honderden malen vanuit het Stadskantoor in … ingelogd op een Internet sexsite. Het gebeurde met de juiste inlognaam en het wachtwoord op de computer van de wethouder.

In tien maanden tijd was hij al aan zijn zesde computer toe en de afdeling automatisering wilde toen wel eens weten hoe dat nu toch kwam. 'Fout internetgebruik' was meteen de conclusie, het voortdurend maar allerlei fotootjes naar je eigen pc willen halen. De wethouder werd vervolgens door de rest van het college van burgemeester en wethouders met die bevindingen geconfronteerd en trok zijn conclusies. Hij vond het een apert leugenachtige beschuldiging, maar omdat alle vertrouwen verdwenen was, moest hij wel aftreden. Nooit, nooit zou hij zich met dergelijke vunzigheden bezighouden. “Laat de Here mij er op de Dag des Oordeels op afrekenen en dan weet iedereen dat ik de waarheid heb gesproken,” zei de man.

Rob Oudkerk sneuvelde januari 2004 omdat hij aan Heleen van Rooijen had toevertrouwd, dat hij heroïneprostituees bezocht op de gemeentelijke gedoogpiek. Dat gaf geen pas vond de PvdA-fractie. Terecht vond ik destijds. Na zijn aftreden werd bekend dat er op de gemeentelijke computer die bij hem thuis stond porno was aangetroffen, nadat hij die op het gemeentehuis had ingeleverd. Schande riep een groot deel van de gemeenteraad in Amsterdam. Onterecht vond ik destijds.

Drie kwart jaar later sneuvelde ik als wethouder voor Leefbaar Diemen. Met mij de rest van het college. Half december meldde de gemeente mij dat ze de gemeentelijke computer, die bij mij thuis stond, terug wilden hebben. Ik mocht deze ook overnemen tegen de boekwaarde. Ik vroeg meteen een maand bedenktijd. Ik adviseerde mijn weggestuurde collega's hetzelfde te doen, zonder ze uit te leggen waarom.

Ik heb thuis een werktafel waar één computer op past. De gemeentelijke computer gebruikte ik derhalve ook voor al mijn privé aangelegenheden. Van prive correspondentie, via internetbankieren tot gepast zoeken naar schaars geklede modellen voor mijn schilderijen. Begin januari deelde ik de gemeente mee, de computer tegen de boekwaarde over te willen nemen. Per 1 januari was de boekwaarde verminderd van €300 naar € 100. Mijn voormalige collega's boden me een heerlijk afscheidsdiner aan om me te bedanken voor dat financiele voordeel.

De vraag voor bij de dagsluiting is: Handelde ik integer door met de gemeentelijke computer privé dingen te doen en handelde ik integer door gebruik te maken van mijn kennis en de extra afschrijving voor rekening van de gemeente te laten komen?

Steven Dijk