Vijf vragen aan Jeroen Kerseboom

10-04-2017 | Door NVRR | 0 Reacties
 

1. Had je een of meerdere speciale redenen om plaats te nemen in het bestuur van de NVRR? Zo ja, wat is/zijn deze?

Ik werk op dit moment bij een provinciale rekenkamer (de Zuidelijke Rekenkamer), ik heb daarvoor bij de Algemene Rekenkamer gewerkt en in mijn vrije tijd zit ik bij twee rekenkamercommissies (Alblasserdam en Dordrecht). Het was dus onvermijdelijk...

2. Waarom heb je voor de portefeuille kwaliteit gekozen? Vind je dat rekenkamers daar uit zichzelf te weinig aan doen?

De ontwikkelingen in het openbaar bestuur, waarbij de overheid zich op nieuwe manieren tot haar burgers verhoudt en waarbij de rollen van gemeenteraden en Provinciale Staten veranderen, maken dat rekenkamers ook goed moeten nadenken over wat er voor hen verandert. Verandert onze rol? Gaan we naar andere dingen kijken? Gaan we dat op een andere manier doen? Verandert onze kijk op kwaliteit? Hoe onderzoek je de doeltreffendheid van beleid op terreinen waar de overheid geen inhoudelijke doelen meer stelt? Wat valt er allemaal te onderzoeken aan de netwerkendd overheid? De antwoorden op deze vragen zijn mede bepalend voor wat kwaliteit is. Om daar vanuit de NVRR aan mee te werken, vind ik super interessant. 

3. Vivien van Geen, je voorganger op kwaliteitszorg, is in de vorige 5 vragen ingegaan op kwaliteit. Wat voor punten/uitdagingen heb je daar voor kwaliteitszorg voor rekenkamers uitgehaald?

Ik denk dat we een verschil moeten maken tussen zaken als de kwaliteiten van de procedures, de onderzoekstechniek, de timing en de lokale inbedding enerzijds en de kwaliteiten van de leden van de rekenkamer(commissie)s anderzijds. Iedereen is verschillend, dus het heeft geen zin een one size fits all-kwaliteitsbeleid op te stellen en uit te rollen. Ben ik helemaal met Vivien eens.
De grootte van een rekenkamer(commissie) en het budget kunnen uiteraard drukken op de ruimte om aan die eerste kwaliteiten te werken. Maar het belang van ons werk en de verantwoordelijkheid die je op je neemt als je lid wordt van een rekenkamer maken dat we, ongeacht de omvang van onze rekenkamer, ons moeten opstellen als professionals, en ons blijven ontwikkelen en aan kritische zelfreflectie doen. 

4. Je bent werkzaam voor lokale rekenkamers en voor een provinciale rekenkamer. Ervaar je verschillen tussen die twee werelden? En zo ja, welke verschillen zijn dat?

Die werelden lijken behoorlijk op elkaar. De leden van Provinciale Staten en van gemeenteraden doen hun werk vaak als nevenfunctie; onze rapporten zijn een welkome ondersteuning van hun werk, heb ik het idee.
Ik denk dat gemeenten wel wat dichter bij de inwoners/burgers staan. Daardoor zie je wel dat de actualiteit er eerder de agenda bepaalt dan de plannen voor de toekomst. Ik denk dat provincies in dat laatste weer wat sterker zijn.

5. Plasterk heeft 15 februari laten weten van zins te zijn een wetsvoorstel voor te bereiden dat in het tweede kwartaal van 2017, na de verkiezinen wordt gepresenteerd. Uitvoering is voor het volgende kabinet. Wat zou je Plasterk willen aanraden in het wetsvoorstel te regelen?

Ik zou hem willen vragen om eens mee te denken met het voorstel voor de nieuwe Wet open overheid (de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur). Deze wet kan er onder andere toe leiden dat medewerkers van overheden en verbonden partijen niet mer het achterste van hun tong laten zien in rekenkameronderzoeken, omdat de verslagen van hun interviews openbaar zouden kunnen worden. Aan het wetsvoorstel is recent een uitzonderingsbepaling voor de Algemene Rekenkamer toegevoegd. Het lijkt me goed als die voor alle rekenkamers zou gelden.