Skip to main content

Auteur: Rekenkamer Groningen

Meldingen van woonoverlast: een zorg voor Groningen!

De Rekenkamer Groningen constateert dat het Meldpunt Overlast en Zorg (MOZ) niet naar behoren functioneert en dat niet aan de basisvoorwaarden voor een effectief meldpunt wordt voldaan. De registratie en verslaglegging zijn niet op orde en monitoring en evaluatie zijn ontoereikend. Hierdoor draagt het MOZ onvoldoende bij aan het doelmatig bestrijden van woonoverlast. Het MOZ levert ongetwijfeld een bijdrage aan het bestrijden van woonoverlast, maar uit de onderzochte casuïstiek blijkt dat de effectiviteit van het MOZ beperkt is. Om de bestrijding van woonoverlast te verbeteren doet de Rekenkamer een aantal aanbevelingen. De samenwerking tussen gemeente en ketenpartners dient strakker te worden georganiseerd met duidelijke onderlinge afspraken over o.a. regievoering en termijnen van vervolgacties. Het gemeentelijk registratiesysteem waarin informatie van meldingen en overlastsituaties wordt vastgelegd, moet passend zijn bij de werkzaamheden en niet onnodig veel tijd kosten. Zodat de gemeente beter zicht krijgt op de omvang en het oplossen van woonoverlast. De communicatie met melders kan beter door hen voldoende op de hoogte te houden van stappen die worden gezet door de gemeente of ketenpartners om gemelde woonoverlast te verminderen. De raad ontvangt al jaren geen verslagleggingsinformatie over woonoverlast; de Rekenkamer adviseert de raad om concrete afspraken te maken met het college over de informatie die de raad wil ontvangen over de woonoverlast en de aanpak daarvan.

In de ban van de Ringweg

In 2017 begonnen de werkzaamheden aan de Ring Zuid van Groningen om de wegcapaciteit te vergroten en daarmee de doorstroming van het verkeer te bevorderen. Het opleverjaar van de vernieuwde Ring Zuid verschoof steeds verder. De aanleiding voor het onderzoek was kritiek op de informatievoorziening over de aanpak.
De conclusies: (1) Informatie over de opzet van de projectorganisatie ARZ, de aanbesteding van het project en de aanloop naar de herijking daarvan is tijdig met Provinciale Staten en gemeenteraad gedeeld. (2) Vanaf het moment dat het project niet volgens de planning verliep, was de informatievoorziening op belangrijke onderdelen niet adequaat. (3) De informatievoorziening aan burgers was goed voor wat betreft de aangeboden informatie via de website, maar niet adequaat waar het gaat over de afhandeling van Wob-verzoeken. De provincie handelde Wob-verzoeken over het project ARZ vaak traag af. De gemeente Groningen heeft gedeeltelijk gegevens aangeleverd over hoeveel Wob-verzoeken over het project ARZ zijn ingediend, waardoor niet met zekerheid te zeggen is hoe deze Wob-verzoeken door de gemeente zijn afgehandeld.

Rekenkamerbrief: Navolgingsonderzoek informatievoorziening over de uitvoering van en sturing op de WMO-taken

Met dit navolgingsonderzoek heeft de Rekenkamer Groningen gekeken in welke mate eerder door de raad overgenomen aanbevelingen over het sturen op de WMO-taken zijn opgepakt. De Rekenkamercommissie van de voormalige gemeente Groningen en de Rekenkamer van de voormalige gemeente Haren deden hier in 2018 respectievelijk 2016 onderzoek naar. Geconcludeerd wordt dat de informatie aan de raad meer gericht moet zijn op de vraag of gestelde doelen worden bereikt. De raad zelf dient zich actiever op te stellen bij het vragen om relevante informatie en zou zich meer moeten richten op wat er concreet wordt bereikt en minder op hoe dat gebeurt. Verder verdient het beleid actualisatie en kan het college van B en W door meer duiding van cijfers en het geven van inzicht in trendmatige ontwikkelingen de raad helpen bij het sturen op hoofdlijnen. Verder wijst de Rekenkamer op parallellen met de andere onderdelen van het sociaal domein (jeugdhulp, participatiewet). Ook wijst de Rekenkamer op een rapport van de ROB (Raad voor het Openbaar Bestuur) over de nieuwe verantwoordelijkheden van gemeenten in het sociaal domein. Daarin wordt onder andere benadrukt dat maatschappelijke waarden uitgangspunt moeten zijn bij het maken van keuzes in het sociaal domein.

Vensterscholen. Het onderhoud van een concept.

Raadsbreed maakten fracties zich in 2019 zorgen over onverwachte financiële tegenvallers bij het onderhoud van gemeentelijk vastgoed. De Rekenkamer Groningen onderzocht dit onderwerp toegespitst op de Vensterscholen. De Rekenkamer concludeert dat het onderhoud van de Vensterscholen op orde is, zeker wanneer deze in eigendom van de gemeente zijn. Voor de Vensterscholen in eigendom van schoolbesturen zijn de risico’s beperkt. Wel blijkt dat verduurzaming nog niet van de grond is gekomen. Bij het project ‘Fris en Duurzaam’ treedt een ongewenst neveneffect op, namelijk het niet inschakelen van installaties vanwege te weinig onderhoudsbudget. Verder bestaat er onduidelijkheid over het concept Vensterschool: binnen de gemeente worden hiervoor verschillende definities gebruikt. Op grond van het onderzoek doet de Rekenkamer vijf aanbevelingen gericht op het verhelderen van het concept Vensterschool voor alle betrokkenen en op de verantwoordelijkheid van de gemeente ten aanzien van de Vensterschoolgebouwen, ook als deze in eigendom van de schoolbesturen zijn. Verder beveelt de Rekenkamer aan om met de schoolbesturen in overleg te treden over de behoeftes en mogelijkheden van onderhoud en verduurzaming van de schoolgebouwen en periodiek toezicht uit te oefenen op het onderhoud van de schoolgebouwen.

Beleid dat hout snijdt. Onderzoek naar beleid, uitvoering en communicatie rondom het vellen van houtopstand.

Met dit onderzoek is het beleid aangaande het behoud en het kappen van bomen (houtopstand), de werking van dat beleid en de wijze waarop dat in de praktijk wordt ervaren in beeld gebracht. De voormalige gemeenten Ten Boer, Haren en Groningen voerden de afgelopen jaren uiteenlopend kapbeleid, zoals wanneer een vergunning voor het kappen van een houtopstand nodig is, de verplichting tot herplant of de mogelijkheid tot het opleggen van een compensatievergoeding. Het beleid wordt deskundig en zorgvuldig uitgevoerd, maar laat weinig ruimte voor maatwerk. Wel is een kwalitatieve benadering steeds belangrijker. Niet enkel het aantal stammen is van belang, maar ook de conditie van bomen en hun groeimogelijkheden. Belangrijk verbeterpunt in de communicatie is hoe inwoners kennis kunnen nemen
van verstrekte vergunningen; het (digitaal) op kunnen vragen van (informatie over) een verstrekte vergunning is nog niet publieksvriendelijk.
De politieke aandacht voor behoud en (voornemens tot) kappen van bomen richt zich hoofdzakelijk op ‘incidenten’ en derhalve op de
uitvoering. Daarbij speelt een rol dat de raad, volgens de huidige afspraken, slechts eens in de vier jaar wordt geïnformeerd over de uitvoering van het kapbeleid. Bij een regelmatiger informatievoorziening vanuit het college kan de raad ontwikkelingen beter volgen en zich
richten op de kaders, algemene ontwikkelingen en trends. Daarvoor is nodig dat de raad expliciet formuleert welke informatie daarvoor gewenst is.

De kunst van het verenigen

Met de fusie van de Stedelijke Muziekschool en de Kunsten Centrum Groep in 2013 beoogde de raad een aantal nieuwe doelstellingen op het gebied van amateurkunst en cultuur te realiseren. De Rekenkamer Groningen heeft de rol en het functioneren van VRIJDAG bij het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen op het terrein van amateurkunst en amateurkunstverenigingen onderzocht. Er is in kaart gebracht hoe de relatie tussen VRIJDAG en de gemeente is vormgegeven en of deze relatie van invloed is op de door VRIJDAG geleverde prestaties. De hoofdconclusie van het onderzoek is dat niet alle met de fusie beoogde doelen zijn bereikt. Dat ligt deels aan de doelen zelf, die op onderdelen onderling tegenstrijdig zijn en soms te ambitieus. Anderzijds komt het ook door de wijze waarop VRIJDAG invulling geeft aan die doelen. Het gevolg is dat er gaten vallen, in het bijzonder ten aanzien van het gespecialiseerde muziekonderwijs, talentontwikkeling en het bieden van een platform voor amateurverenigingen. De belangrijkste aanbeveling is dan ook dat de gemeente en VRIJDAG scherpere keuzes gaan maken, zowel ten aanzien van de doelen (te veel, soms tegenstrijdig) als met betrekking tot de (inzet van) middelen om die doelen te bereiken en de monitoring daarvan.

De gemeente als bewindvoerder, een analyse van de maatschappelijke kosten en baten

De laatste jaren is het aantal mensen met problematische schulden sterk toegenomen. Het rijk heeft in 2014 besloten dat bewindvoerders ingezet moeten worden om ook mensen met schuldenproblematiek te ondersteunen. Daardoor nam het beroep op bijzondere bijstand fors toe. Om een bezuiniging te realiseren heeft de gemeente in 2018 besloten om mensen die recht hadden op bijzondere bijstand zelf die bewindvoering aan te bieden. De Rekenkamer heeft onderzocht hoe deze beleidswijziging tot nog toe is uitgepakt. De Rekenkamer concludeert dat de doelstellingen die bij het vaststellen van deze beleidswijziging zijn geformuleerd niet volledig gerealiseerd zullen worden, zeker niet binnen de gestelde termijn. Dat houdt verband met het zgn. Puddingakkoord dat de gemeente met private bewindvoerders heeft gesloten om de overgang van (nieuwe) cliënten naar de gemeente soepel te laten verlopen. In het akkoord is een overgangsperiode vastgelegd tot eind 2021 waarin de cliënten van bewindvoerders die de overeenkomst hebben getekend, recht blijven houden op bijzondere bijstand. De nieuwe werkwijze levert op onderdelen een bijdrage aan de overige, meer inhoudelijke doelstellingen van het beleid, zo blijkt uit de beschikbare cijfers. De gemeente is beter in staat om zelf een passend aanbod te doen qua type ondersteuning. De gemeente houdt geen gegevens bij met betrekking tot de overgang van cliënten naar een andere (lichtere en/of goedkopere) vorm van ondersteuning.

Weten hoe Abraham de mosterd haalt, subsidieverwerving door de gemeente Groningen

De Rekenkamer heeft de wijze waarop de gemeente Groningen Europese, landelijke en regionale subsidies verwerft onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente voor nationale en regionale subsidies geen centraal beleid heeft geformuleerd. voor verwerving van Europese subsidies is er wel een bureau waar kennis en ervaring samenkomen. De handelwijze is gericht op ‘inhoud bepaalt vorm’ en subsidieverwerving is geen voorwaarde voor het doorgaan met een bepaalde ambitie. Verder ligt de regie over subsidieverwerving bij de beleidsmedewerkers en blijken medewerkers over het algemeen goed op de hoogte van subsidiemogelijkheden. Overigens is subsidieverwerving geen onderwerp van gesprek in de gemeenteraad.