• Home
  • FAQ Wetsvoorstel Versterking decentrale rekenkamers

FAQ Wetsvoorstel Versterking decentrale rekenkamers

Het Wetsvoorstel wordt nog behandeld in de Eerste Kamer. Zie de planning van de Eerste Kamer: Wet versterking decentrale rekenkamers (35.298) – Eerste Kamer der Staten-Generaal. Wanneer de Wet in werking treedt is nog niet bekend, maar de Minister heeft aangegeven te koersen op 1 januari 2023.

Voor de leesbaarheid van de antwoorden wordt de gemeentelijke situatie aangegeven. Voor gemeenteraad dient daarom in het geval van de Waterschappen de leden van het Algemeen Bestuur van het Waterschap en bij provincies Provinciale Staten gelezen te worden.


1. Wie benoemt de leden van de rekenkamer: raad of college?

De raad benoemt de leden van de rekenkamer.

2. Wat betekent het Wetsvoorstel voor de positie van de secretaris?

De rekenkamer kan een ambtelijk secretaris werven. Dat kan een externe secretaris zijn (bijv. iemand die dit als zzp-er doet), maar het kan ook iemand zijn, die functioneel is ondergebracht bij de griffie en een arbeidsovereenkomst heeft.

Zie MEMORIE VAN TOELICHTING – TK 35 298, nr. 3, p. 14 Dit wetsvoorstel creëert de mogelijkheid dat griffie-medewerkers werkzaamheden kunnen verrichten voor de onafhankelijke rekenkamer. De griffieambtenaren zijn over de werkzaamheden die zij verrichten voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer.

NB: De wetgever maakt hier alleen een uitzondering voor de griffie, want gemeentelijke ambtenaren mogen niet voor de rekenkamer werken.

3. De rekenkamercommissies van Waterschappen hebben nu nog ondersteuning vanuit de ambtelijk organisatie, dat mag straks niet meer. Hoe op te lossen, want er is geen griffie?

De NVRR zal deze kwestie bespreken met de Waterkring en vragen of er in de praktijk al mogelijke alternatieven worden toegepast.

4. Hoe verhoudt het nieuwe Doe-Mee-onderzoek ‘Ondersteuning van volksvertegenwoordigers’ zich met het door de Minister aangekondigde onderzoek naar het budget rekenkamers; wat valt er wel/niet er onder?

Het Doe-Mee-onderzoek heeft gezien het budget en de tijd niet de diepgang die nodig is om de vragen van de minister volledig te kunnen beantwoorden. Het Doe-Mee-onderzoek biedt vooral een globaal inzicht in de ondersteuning in brede zin. Ook het aantal deelnemers is gemaximeerd (60), terwijl het beeld dat de minister gaat schetsen betrekking heeft op alle rekenkamer(commissie)s.

De beoogde meting van BZK richt zich specifiek op rekenkamers en vraagt veel meer aandacht voor wat er allemaal in het budget zit en wat daaruit uit bekostigd wordt (bijv. doorbelasting ondersteuning rekenkamer vanuit griffie, moet de rekenkamer zaalhuur of kantoorhuur betalen, mogen leden uren declareren voor onderzoekswerk, etc).
Bovendien; het NVRR-onderzoek wordt nog dit jaar uitgevoerd en opgeleverd; het BZK-onderzoek wordt later verwacht.
Afstemming met BZK is wel van belang. Als er een begeleidingscommissie van BZK komt, zullen we als NVRR aanbieden hen de input te leveren die wij uit ons Doe-Mee-onderzoek halen.

5. Wat is een reële externe bezetting voor een rekenkamer, met andere woorden wat is bekend over schaalgrootte en aantal externe leden?

Schaalgrootte en aantal externe leden bepaalt de raad in de verordening, en is afhankelijk van het budget. Hierover is in het Wetsvoorstel niets opgenomen. In de regel, zo is de ervaring van de NVRR, heeft een Rekenkamer gemiddeld drie leden waaronder een voorzitter.
NB: bij invoering van het Wetsvoorstel is er uitsluitend nog sprake van externe leden.

6. Wat is bekend over het vereiste budget voor rekenkamers?

In november 2020 heeft het Ministerie van BZK de Inspiratiekaders effectieve invulling lokale rekenkamer gepubliceerd, zie Inspiratiekaders: effectieve invulling lokale rekenkamer | Publicatie | Rijksoverheid.nl. Het tweede inspiratiekader is een hulpmiddel bij de bepaling van het budget. De NVRR heeft de Inspiratiekaders destijds op de website gezet, zie Nieuws: NVRR: Inspiratiekaders waardevol, maar budgettaire randvoorwaarde onderbelicht — NVRR en geconstateerd dat het waardevolle instrumenten zijn, maar het een gemiste kans te vinden dat bij het budget niet is aangeraden de ondergrens hoger te stellen dan wat nu in de praktijk wordt gezien. De budgetten waar vooral kleine gemeenten in de praktijk nu mee te maken hebben zijn vaak ontoereikend om het rekenkamerwerk op een professionele wijze vorm te geven. Bij het debat in de Tweede Kamer over het Wetsvoorstel is een motie aangenomen over het bedrag per inwoner dat toereikend zou moeten zijn voor onafhankelijk rekenkameronderzoek, zie Detail 2022D21532 | Tweede Kamer der Staten-Generaal. De Minister gaat zo’n onderzoek laten uitvoeren. De NVRR wordt hierbij betrokken.

7. Rekenkamercommissies hebben nu in de verordening een aantal zaken geregeld, hoe moeten zij dat straks gaan regelen? Biedt de NVRR een modelverordening aan? Zo ja wanneer is die beschikbaar?

De griffie coördineert het proces rondom alle verordeningen die de gemeenteraad behandelt. De VNG maakt voor alle onderwerpen een modelverordening, zo heeft de VNG ook een modelverordening voor rekenkamers gemaakt (sommige rekenkamers zijn al in 2004 ingesteld aan de hand van een modelverordening van de VNG).

De raad kan de modelverordening passend maken naar de eigen gewenste situatie, bijvoorbeeld in het geval dat een raad vanwege de binding wil dat de rekenkamerleden binnen de gemeente(n) van het werkingsgebied wonen of juist vanwege een ‘blik van buiten’ in een andere gemeente wonen.

In de regel is het zo dat lager wetgeving (i.c. de verordening) geen herhalingen bevat van hogere wetgeving (i.c. de Gemeentewet), maar slechts aanvullingen of nadere invullingen. De raad kan in zo’n verordening de invulling van eigen verantwoordelijkheden regelen (bijv benoeming van lid van de rekenkamer), maar de raad kan niet treden in de activiteiten die de onafhankelijke positie van de rekenkamer waarborgen (bijv voorschrijven welk onderwerpen moeten worden onderzocht of welke onderwerpen niet mogen worden onderzocht).

NB: de griffie is leidend bij het proces tot het vaststellen van een verordening in het bestuursorgaan: raad of PS.

De NVRR zal t.b.v. de waterschapsrekenkamers in overleg met de Waterkring contact opnemen met de Unie van Waterschappen over de mogelijk reeds beschikbaarheid van een modelverordening of de voorbereiding daarvan.

Overigens is in de Nieuwsbrief van 15 juni aangegeven dat de NVRR een team samenstelt om te ondersteunen bij de transitie van rekenkamercommissie naar rekenkamer Nieuws: Gezocht leden voor het NVRR team “transitie van rekenkamercommissie naar rekenkamer” — NVRR.

8. Moet een rekenkamercommissie de verordening aanpassen, of vervalt die van rechtswege?

Zie ook vraag 7.

Op grond van art. 122 Gemeentewet vervallen verordeningen van rechtswege als een wet in het onderwerp voorziet. Met de wetswijziging wordt de Gemeentewet gewijzigd en voorziet de gemeentewet in de rekenkamer als enige mogelijkheid. Een gemeentelijke verordening tot instellen van een rekenkamercommissie vervalt daardoor van rechtswege.

Art. 81 k Gemeentewet wijzigt niet met de wetswijziging. Daarin is voorgeschreven dat de vergoeding van de leden van de rekenkamer in een verordening moet worden vastgelegd. Het lijkt er hiermee op dat een verordening wel noodzakelijk is. Dit wordt anders als er gekozen wordt voor een gemeenschappelijke rekenkamer, die gemeenschappelijke regeling voorziet dan conform art. 81 o Gemeentewet in de vergoeding.

Na de inwerkingtreding van het voorstel van Wet vervalt de verordening op de rekenkamercommissie (RKC), maar niet direct. Er is een overgangstermijn van maximaal één jaar (art IV eerste lid Wet versterking decentrale rekenkamers), tot de datum van intrekking. De RKC zal dus binnen één jaar naar een rekenkamer (RK) moeten transformeren. Op dat moment moet de verordening op de RKC ook worden ingetrokken. Dit vraagt dus oplettendheid en/of ook een actieve handeling van de RK, dat de intrekking van de verordening wordt gepubliceerd op overheid.nl.

9. Biedt de NVRR profielschetsen aan?

De NVRR heeft geen kant-en-klare profielschetsen. Wel besteedt het Rekenkamerkompas, zie Leden – Rekenkamerkompas – NVRR in hoofdstuk 2 aandacht aan de samenstelling van een rekenkamer. Er wordt aangegeven wat bij de werving van leden en samenstelling van het ‘team’ aandachtspunten zijn, welke afwegingen een rekenkamer kan maken en er worden goede voorbeelden gegeven.

Overigens is in de Nieuwsbrief van 15 juni aangegeven dat de NVRR een team samenstelt om te ondersteunen bij de transitie van rekenkamercommissie naar rekenkamer Nieuws: Gezocht leden voor het NVRR team “transitie van rekenkamercommissie naar rekenkamer” — NVRR.

10. Hoe te voorkomen dat rekenkamers vissen in dezelfde rekenkamervijver voor externe leden?

De NVRR heeft (nog) geen inzicht in de krapte op de markt van externe leden. We horen graag van de leden hoe gemakkelijk of moeilijk het nu is om nieuwe rekenkamerleden te werven. Overigens is het ‘vissen in dezelfde vijver’ nu ook het geval en als er veel rekenkamers samengaan en/of gaan samenwerken met bijvoorbeeld personele unies ontstaat er minder druk op de vraag.

11. Hoe te voorkomen dat mensen rekenkamerlidmaatschappen verzamelen?
Een rekenkamer kan vragen dat een (nieuw) lid voldoende aandacht/binding heeft met de gemeentelijke vraagstukken in het werkingsgebied van de rekenkamer. Ook is het mogelijk om te vragen dat een (nieuw) lid bij maximaal x andere rekenkamers lid is.
12. Hoe de (regionale) samenwerking goed vorm te geven?

In november 2020 heeft het Ministerie van BZK de Inspiratiekaders effectieve invulling lokale rekenkamer gepubliceerd, zie Inspiratiekaders: effectieve invulling lokale rekenkamer | Publicatie | Rijksoverheid.nl. Het derde inspiratiekader gaat over Samenwerking door en voor rekenkamers. Op 11 juni 2021 organiseerde de Kring Noord een webinar over het thema ‘Rekenkamer en Interbestuurlijk (regionaal) beleid’. Naar aanleiding daarvan is een Handreiking opgesteld, zie 20210823-Handreiking-Interbestuurlijk-RKc-Def.pdf (nvrr.nl). Hierin worden ook voorbeelden gegeven van samenwerking van rekenkamers.

13. Ontwikkelt de NVRR een stappenplan voor de transitie en/of maakt de NVRR een soort handleiding van de acties die rekenkamers moeten nemen?

Ja, de NVRR zal een soort stappenplan maken.

In de Nieuwsbrief van 15 juni aangegeven dat de NVRR een team samenstelt om te ondersteunen bij de transitie van rekenkamercommissie naar rekenkamer Nieuws: Gezocht leden voor het NVRR team “transitie van rekenkamercommissie naar rekenkamer” — NVRR.

14. Hoe kan een rekenkamer de rechtmatigheid beoordelen?

Bij rechtmatigheidsonderzoek toetst de rekenkamer of het (gemeente)bestuur het geldend recht in acht heeft genomen. Dat geldend recht bestaat uit ongeschreven rechtsregels, geschreven rechtsregels en rechtspraak (ook bekend als jurisprudentie). Geschreven rechtsregels die algemeen verbindend zijn, zijn te vinden in verschillende rechtsbronnen (zie voor voorbeelden in onderstaand figuur). Daarnaast zijn er rechtsregels die niet algemeen verbindend zijn, die liggen vast in bijvoorbeeld besluiten, overeenkomsten of statuten. Voor het uitvoeren van een rechtsmatigheids-onderzoek is het dus nodig om (delen van het) recht in kaart te brengen en vervolgens de naleving daarvan te toetsen.

In het artikel ‘rechtmatigheid onderzoek’ (Kok, 2021 in bestuurswetenschappen) wordt uitgebreid ingegaan op rechtmatigheidsonderzoek. Het artikel geeft ook voorbeelden van onderwerpen waarvan de rechtmatigheid al eerder is onderzocht door andere rekenkamers. En er wordt uitgelegd waarom het financiële rechtmatigheidsonderzoek van de accountant (vanaf 2023) een veel minder breed onderzoek naar de rechtmatigheid is dan rekenkamers kunnen onderzoeken.

Het is overigens afhankelijk van het onderwerp, welke specifieke regels worden geanalyseerd bij de rechtmatigheidstoets.

Meer weten over rechtmatigheidsonderzoek? Het themanummer van bestuurswetenschappen over rekenkamers, inclusief het artikel van over rechtmatigheid is te downloaden op het besloten deel van de website van de NVRR: https://www.nvrr.nl/besloten/.

15. De niet betaalde raadsleden gaan eruit en er worden betaalde externe leden geworven; dat kan een rekenkamer met een klein budget moeilijk dragen: wat is een oplossing?

Zie ook vraag 5. De NVRR zal dit probleem inbrengen t.b.v. het onderzoek naar het budget, dat het Ministerie van BZK gaat uitvoeren.

NB: er zijn ook rekenkamercommissies, waar raadsleden wel een bescheiden vergoeding ontvangen.

16. Is er een overgangstermijn en wat betekent dit?

Ja, zie MEMORIE VAN TOELICHTING – TK 35 298, nr. 3, Artikel IV, p. 28.

Dit artikel bevat een overgangstermijn van een jaar, waarin de gemeenten die niet over een onafhankelijke rekenkamer beschikken de gelegenheid hebben er een in te stellen respectievelijk een gemeenschappelijke rekenkamer in te stellen. Tot dat moment blijft de uitvoering van de rekenkamerfunctie mogelijk. Het artikel heeft geen betrekking op de provincies, omdat de provincies reeds alle over een onafhankelijke (gemeenschappelijke) rekenkamer beschikken.

De overgangstermijn geldt ook voor de waterschapsrekenkamers, zie TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING TK 35 298, nr. 13, p.9.

Indien in een waterschap op een datum voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet een verordening gold voor de instelling van een rekenkamer of rekenkamerfunctie, behoudt die verordening haar rechtskracht tot uiterlijk een jaar na die datum of bij eerdere intrekking van de verordening, tot de datum van intrekking.

Nederlandse Vereniging van Rekenkamers & Rekenkamercommissies

Het NVRR-secretariaat is bereikbaar op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur.

Telefoon: 085 - 225 02 75
E-mail: info@nvrr.nl
Start live-chat

Website door Interactie Groep.